Birdhouse
Kakarikies of Nieuw zeelandparkieten, aangename parkietensoorten

Kakarikies of Nieuw zeelandparkieten, aangename parkietensoorten

door op Aug.17, 2008

Eén van de best gekende geslachten bij de parkietenkwekers is beslist het geslacht Cyanoramphus. Ondermeer de roodkopkakariki (Cyanoramphus n. novaezelandiae) en de geelkopkakariki (Cyanoramphus a. auriceps) gelden als populaire vertegenwoordigers. Er zijn echter ook andere familieleden die minder gekend zijn.
Frans: Perruche kakariki à front jaune
Engels: yellow fronted Kakariki Parrot
Duits: Springsittich
Wetenschappelijk: Cyanoramphus a. auriceps

Beschrijving

man: De algemene vederkleur is groen. Het groen heeft een geel groene schijn op de borst, buik en onderstaartveren. De voorkruin bevat een smalle rode band die tot de ogen uitvloeit. De kruin is goudgeel. Er is een rode vlek aan beide zijden van de onderrug. De buitenste vliegpennen zijn blauw-violet. De iris is oranje-rood en de voeten zijn grijs. De bek is een opgebleekte grijze bek met een zwart puntje.

pop: Is ietsje kleiner dan de man en heeft een rondere kop en smallere bek.

jongen: Als de volwassene maar met een bleker voorhoofd en een bleek roodbruine iris.

gewicht: ±55 g

lengte: ± 23 cm.

geluid: niet al te luid, lijkt sterk op het geluid van een mekkerende geit en de vogel is niet vernielzuchtig; een volière opgetrokken uit hout kan best. Ze zijn min of meer te vergelijken met lorries: speels, slordig en vivant. Hun roep is schril en zacht, ze bedelen bij het voeren.

Natuurlijke kleurmutaties: De oranjevoorhoofd kakarikie(vroeger omschreven als Cyanoramphus malherbi) is nu geaccepteerd als kleurafwijking van de geelkopkakarikie. Zijn voornaamste verschil kenmerk is de oranje voorhoofdsband die bij de geelkop rood is en de vlekken op de onderrug zijn oranje i.p.v. rood. Deze soort is niet de beweerde kruising van roodkop en geelkop.

Verspreiding: De zuidelijke en Noordelijke eilanden van Nieuw-Zeeland; enkele kleine schiereilanden evenals de Auckland eilanden.

De oranjevoorhoofd kakarikie

Deze is te vinden op de Stewart; dicht bij Hope River in het noorden van Canterbury district.

ondersoort: er bestaat één ondersoort Cyanoramphus. a. forbesi. Deze is als de auriceps, maar de rode voorhoofdsband vloeit niet uit tot het oog. De bevedering van de onderkant is meer gelig. Hij is ook wat groter.

Lengte: 25 cm

Verspreiding: Heden enkel nog aanwezig op de eilanden Mangere en Little Mangere.

Frans: Perruche kakariki à front rouge
Engels: red fronted Kakariki Parrot
Duits: Ziegensittich
Wetenschappelijk: Cyanoramphus n. novaezelandiae

Beschrijving

man: De algemene vederkleur is groen. Het groen heeft een geel groene schijn op de borst, buik en onderstaartveren. Het voorhoofd , kruin en zijn rood er is ook een rode oogstreep achter het oog. Er is ook een rode vlek aan beide zijde van de onderrug. De buitenste vliegpennen zijn blauwviolet De iris is rood, de poten grijs en de bek ; is een opgebleekte grijze bek met een zwart puntje.

pop: is ietsje kleiner en heeft een rondere kop en een smallere bek.

jongen: Als de volwassene maar met een bleker voorhoofd , minder rood op het voorhoofd en een bleek roodbruine iris. De staart is ook korter.

gewicht: ±60 g

Lengte: 27 cm

Verspreiding: De zuidelijke en Noordelijke eilanden van Nieuw-Zeeland; enkele kleine schiereilanden evenals de Auckland eilanden.

Ondersoorten:

1. Cyanoramphus n. cyanurus

Beschrijving: Als novaezelandiae, maar met veel minder geelgroenige schijn op de borst en buik. De vleugelpluimen zijn dieper blauw en de bovenkant van de staart is blauw groen. Deze soort is ook groter.

Lengte: 29 cm

Verspreiding: Kermadec eilanden: Macauley, Curtis, Meyer, Napier, Dayrell en Chanter. Vroeger ook op Raoul.

2. Cyanoramphus n. chathamensis

Beschrijving: Als novaezelandiae, maar met een helder groen gezichtsgebied. De buik is meer gelig. De poten zijn grijs tot donkergrijs

Lengte: 28 cm

Verspreiding: Chatham, Pitt eiland, South East Island, Mnagere en Little Mangere.

3. Cyanoramphus n. hochsteteri

Beschrijving: Als novaezelandiae, maar met meestal meer gelige bevedering. Het voorhoofd, kruin en lichaamsvlekken op de onderrug zijn oranje rood. De vleugelpluimen zijn flauw blauw. Hij is ook groter.

Lengte: 30 cm

Verspreiding: Antipoiden eilanden.

4. Cyanoramphus. n. erythrotis

Beschrijving: Als novaezelandiae, maar met bleekgele bevedering en het blauw op de vleugels is bleker en gemengd met groen. Deze soort is ook groter.

Lengte: 30 cm

Verspreiding: Vroeger kwam deze soort voor op het eiland Masquarie, maar ze is sinds 1890 uitgestorven

5. Cyanoramphus n. cooki

Beschrijving: Als novaezelandiae, maar groter.

Lengte: 31 cm

Verspreiding: Norfolk eiland.

6. Cyanoramphus. n. subflavescens

Beschrijving: Als novaezelandiae, maar met meer gele bevedering, vooral aan de kaken. Het rood op de kruin is minder intensief. Deze soort is ook veel groter.

Lengte: 32 cm

Verspreiding: Vroeger kwam deze soort voor op het eiland Lord Howe, waar ze sinds 1870 uitgestorven is.

7. Cyanoramphus n. saisseti Verreaux

Beschrijving: Als novaezelandiae, maar de zijkanten van het hoofd , de borst en de buik zijn veel geler. Het rood op de kruin is bleker en breder. Deze soort is kleiner.

Lengte: 26 cm

Verspreiding: Nieuw Caledonië

Engels: Society Parakeet
Duits: Braunkopflaufsittich
Wetenschappelijk: Cyanoramphus ulietanus

Beschrijving: Het hoofd is zwart bruin en wat bleker in de nek. De rug en de vleugels zijn bruin, de onderrug en staartveren zijn bruinrood. De buitenste vliegpennen zijn grijsblauw. De borst, buik en onderstaartbevedering zijn olijfgeel en de middelste staartveren zijn olijfbruin. De iris is waarschijnlijk oranje en de poten zijn grijsbruin. De bek is een opgebleekte grijze bek met een zwart puntje.

Pop: waarschijnlijk op dezelfde manier te onderscheiden van de man als bij de twee eerder vermelde soorten.

lengte: 25 cm

Verspreiding: Voor deze soort uitgestorven was in 1773 kwam hij voor op het eiland Raiatea, van de Societeit eilanden

antipoides parkietFrans: Perruche des Antipoides?
Engels: Antipoide parakeet
Duits: Einfarblaufsittich
Wetenschappelijk: Cyanoramphus uniclor

Beschrijving: De algemene vederkleur is groen. De borst, de buik en borst is geelgroenig evenals de onderstaartveren. De buitenste vliegpennen zijn blauw-violet. De iris is oranje en de poten zijn grijs. De bek is een opgebleekte grijze bek met een zwart puntje.

jongen: Als de volwassene vogels.

Lengte: 30 cm

Verspreiding: Meestal aan kustkliffen

Zeer beperkt gebied. De Antipoiden zijn niet bewoond door mensen.

Weetjes:Leeft alleen of paarsgewijs of in zeer kleine groepen van 5 vogels buiten het broedseizoen. Hij leeft op de Antipoiden van Poa gras en zaden, bessen en lichaamsresten van pinguis en andere vogels. In het wild wonen ze in holen onder de beplanting.

In gevangenschap komt hij enkel in Nieuw-Zeeland voor waar hij enkel mag gekweekt worden als het aantal in wild levende vogels bedreigd is. Daar ze op een zo beperkt gebied leven , zijn ze zeer vatbaar voor ziektes. Plotse sterftes duiken op zonder enige reden. Daarom is deze soort waarschijnlijk niet meer aanwezig in Europa. Hij is een zeer actieve vogel met een geluid dat te vergelijken is met dat van een blatende geit. De kweek schijnt in gevangenschap vrij goed te lukken. Maar zoals eerder aangestipt is het kweken van inlandse vogels in Nieuw-Zeeland onderheven aan veel strengere regels en wetten dan wij maar zouden kunnen denken. Zo mogen zij zolang de soort niet bedreigd is geen jongen kweken. Alle eieren moeten vernietigd worden. Hopelijk bestaat er vroeg of laat een kans dat Europa ook met deze soort kan kweken.

Frans: ?
Engels: Black fronted Parakeet
Duits: Tahiti-Laufsittich
Wetenschappelijk: Cyanoramphus zeelandicus

Beschrijving: De algemene vederkleur is groen, dat op de borst, buik, onderstaartveren en staart bleker is. Het voorhoofd is zwart de oogstreep langs beide kanten van het oog is diep rood en de onderrug is rood. De buitenste vliegpennen zijn violetblauw. De iris is oranje, de poten grijsbruin en de bek is een opgebleekte grijze bek met een zwart puntje.

jongen: Met een blekere zwarte voorhoofdsband, bruinig hoofd en bruinige oogstrepen. Als de volwassene vogels. De borst en buik zijn grijsgroen en de rugbevedering is bruin gezoomd.

Lengte: 25 cm .

Verspreiding: Vroeger kwam deze soort voor op Tahiti, waar ze sinds 1844 uitgestorven is.

Volière

Als huisvesting heb ik volières van 2-3 meter lang op één meter breed en twee meter hoog. Ze kweken ook in kweekbakken van 1 m x 50 cm x 60 cm, wat ze zelfs goed doen, maar ik zie ze liever spelen in een volière. Daar komen deze vogels het best tot hun recht. Als bodem heb ik een zandbodem en een gedeelte waar beton is voorzien om de volière net te houden (wat wel nodig is bij deze soort). Ze spelen en woelen zeer graag in het zand. Ze zijn niet vernielzuchtig en dus geen houtknagers.

Nestkast

Als nestkast wordt best een vierkant type gebruikt van 20 x 20 x 30 cm of een natuurblok. Het invlieggat moet een doorsnede hebben van ± 6 cm. Na een grondige ontsmetting van de nestkast, met een ontsmettingsmiddel goedgekeurd door de dierenarts (Virkon), kunnen de nestkasten opgehangen worden. Kakarikies verschillen sterk met de andere parkietsoorten. Er dienen meerdere nestkasten voorzien te worden. Ze zijn niet kieskeurig, maar ze hebben minimum 2 nesten tot zelfs 3 nesten nodig. Een nest waar de man in slaapt, een nest waar de pop in woont en een derde nest waar de pop terug in begint te leggen als de jongen in de pluimen zitten. Als nestvulling opteer ik voor een turflaag van +/- 5 cm. De nestkasten dienen telkens na een broedsel gereinigd te worden, dit om enige ziekteverspreiding te voorkomen.

Kweek

Eerst en vooral wil ik zeggen dat een kakarikie nogal een gemakkelijke vogel is die snel voor nakweek zorgt. Maar toch durft het bij een aantal kwekers wel eens gebeuren dat ze niet willen wonen. Dit kan te maken hebben met misschien de volgende zaken die ik ondervonden heb.

Ik persoonlijk opteer de eigen partnerkeuze boven de gedwingde partneroplegging. Dit wil zeggen dat ik minstens 3 paren kakarikies bij elkaar plaatst in een ruime volière (7 m x 1 m x 2 m). Nu hebben de vogels zelf de mogelijkheid om hun partner te kiezen. Dit is een enorm voordeel, aangezien de meeste paren die op zulke wijze gevormd worden, zeer goede kweekparen zijn. Als ik merk dat er een paartje gevormd is, dan plaats ik het paartje in hun toekomstige woonst. Als de overige vogels nog geen partner gekozen hebben, kun je er vogels aan bijvoegen, of de overtollige vogels verkopen. Dit zijn absoluut geen slechte vogels. Ze hebben enkel hun partner nog niet gevonden, of zijn niet in broedstemming. Daarbij in de natuur bestaat er geen slechte vogel. Iedere vogel kan voor nakweek zorgen. Maar door menselijke fouten, al of niet gekend, komen er veel paren niet toe.

Al mijn paren kakarikies zijn vrij dicht bij elkaar gehuisvest. Dit stimuleert de drang tot wonen. Plaats nooit een paar kakarikies bij een reeds wonend of gepaard paar. Dit zal tot vechtpartijen leiden. Wanneer U nu niet over ruime volières beschikt om aan partnerkeuze te doen, geen nood. U kan elk paar apart huisvesten zodat ze elkaar wel kunnen horen en zien. Als het paar dan niet wil wonen, wisselt U de mans van hok. Dit is ook een methode die kan leiden tot goede kweekparen. Koloniekweek is ook mogelijk. Dit heb ik ook geprobeerd en lukt vrij prima. Zorg wel voor voldoende nestkasten. Kakarikies zijn ook geschikt voor gezelschapsvolieres, dit tegenstaande er vele kwekers beweren dat dit niet mogelijk is met hun nieuwsgierige aard. Ik kweek nu reeds 5 jaren 4 verschillende paren in 4 verschillende gezelschapsvolières met succes. Ik heb telkens een paar kakarikies en de andere soorten zijn vreedzame soorten zoals polytelis soorten, neophema en valkparkieten. Het enige waar U moet opletten is dat er steeds voldoende nestkasten beschikbaar zijn. Zelf heb ik een ruime volière waar 5 paren valkparkieten , 1 paar Engelse grasparkieten en 1 paar kakarikies in wonen. Al deze vogels wonen en hebben niet gevochten. Het enige dat ik moet opmerken is dat ik alle nesten met invlieggat op dezelfde hoogte heb gehangen met uitzondering van de grasparkietennest. Deze laatste was het hoogst gehangen en een kleiner invlieggat gegeven. Plaats nooit meer dan een paar grasparkieten bij andere vogels en hou deze zeer goed in het oog. Grasparkieten zijn echte vechtersbazen en vermoorden hele nesten jongen als ze juist in die bepaalde nestkast willen wonen. Woont daar nu een andere vogel in of niet, dat maakt niet uit.

Een kakarikie woont het hele jaar door zonder stoppen. Er zijn kwekers die de nestkasten afnemen in de winterperiode, omdat ze denken dat dit beter is. Ik laat de nestkasten winter en zomer hangen. Een kakarikie woont in de winter beter dan in de hete zomer. Ze kunnen veel beter tegen koude dan tegen onze warme zomers. Als het heel warm is (al vaak vanaf 25° C) moet er steeds voor gezorgd worden dat de nestkasten open gezet kunnen worden. Desnoods plaatst U de nestkasten op de grond. Het is zeer belangrijk dat er tijdens de hetere dagen voor voldoende verluchting gezorgd wordt. Doet U dit niet, dan zullen de jongen stikken van de warmte. Een leuze die ik steeds maar kan herhalen is “in de natuur doen ze ook hun zin, ze zullen zelf wel beslissen wanneer ze willen stoppen. Als U toch de beslissing genomen hebt om de nestkasten af te nemen, kan het voorvallen dat ze er de brui aan geven en niet meer willen wonen voor een tijd. Verder leggen onze kakarikies redelijk grote legsels. Persoonlijk heb ik een legsel van elf bevruchte eieren meegemaakt waarvan het paar elf jongen zelfstandig bracht. Een ander pluspunt van de kakarikies is hun pleegouderschap. Kakarikies zijn zeker even goede pleegouders als roodrugparkieten. Ik heb betere ervaringen met kakarikies dan met roodruggen in geval van pleegouderschap. Kakarikies brengen zonder probleem Platycercus, Barnardius en Psephotus soorten groot al of niet gemengd met hun eigen jongen. Let wel op dat U ze ook niet overbelast en respecteer het aantal jongen. De Alisterus, Polytelis en de Aprosmictus soorten brengen ze slechts een 8 tal dagen groot. Dit omwille van het feit dat deze 3 soorten vanaf hun achtste levensdag hun nek uitstrekken om gevoederd te worden. Dit is een eigenschap dat de kakarikie parkiet afschrikt en leidt tot het staken van het voederen. Verder brengen kakarikies ook Poicephalus soorten (Jardine, bonte boer, meyer,…) groot tot zelfstandigheid, dit samen met hun eigen jongen.

Slordig

Het is al even aangestipt; de kakarikie parkiet is zeer slordig. Ze morsen heel hevig met hun eten en drinken. Ze nemen elke dag een bad en duiken in de eetbak en gooien een vierde ervan eruit. Een regelmatige reiniging van de volières is zeker noodzakelijk.

Verzorging

Als zaadmengeling opteer ik voor een mengeling van meerdere milletsoorten, witzaad, wat kempzaad, negerzaad, gepelde haver, paddi, cardi, boekweit en weinig zonnepitten. Enkel wanneer ze jongen hebben krijgen ze dagelijks een handvol zonnepitten. Ze houden heel veel van fruit (appel, sinaasappel, paprika, banaan, druif, rozebottel, …) en groenten.

Tijdens de kweek en in de koudere maanden verstrek ik meer zonnebloempitten, zoals hierboven is aangekaart, dit om extra vetstoffen mee te geven. Twee weken voor de paartijd geef ik wat extra kempzaad bij om de vogels in broedstemming te brengen.

Driemaal in de week krijgen mijn vogels kiemzaad. Elke dag wordt het water ververst.

Tijdens de kweekperiode krijgen mijn vogels elke dag een eivoedermengeling van drie verschillende eivoeders, gemalen wit brood, couscous, biergist, de nodige vitaminen en mineralen en natgemaakt met een geraspte wortel of appel. Ik zorg er steeds voor dat ze elke dag afwisseling hebben in hun voeding. Dit appreciëren ze enorm. Ik verander geen enkel basiselement van mijn eivoedersamenstelling, maar zorg toch telkens weer voor een andere smaak. Maandelijks verstrek ik takken van wilg of fruitbomen. Elk hok beschikt over een sepiaschelp , jodiumsteen en een gritmengeling van oestergrit, scherpe maagkiezel en klassieke grit.

Kweek

De kakarikie parkiet zorgt zeer snel voor nakweek. Op een leeftijd van 4 maanden is hij al in staat om tot nakweek te zorgen. Maar best wordt hem een tijd van +/- 10-12 maanden gegund. Ze zijn bereid om eender wanneer te wonen. Meestal legt de pop 4 tot 12 eieren die ze gedurende 19 dagen alleen bebroed. Tijdens deze periode verlaat ze enkel het nest om zich te ontlasten. Na 35 dagen vliegen de jongen uit. Na een 3 weken zijn ze zelfstandig met zekerheid en niet vanaf het moment dat ze uitvliegen zoals veel kwekers wel durven beweren. Ze kunnen het hele jaar rond wonen of 2-3 maal per jaar. Dit hangt af van het kweekpaar dat men heeft. De pop begint terug te leggen als de jonge pluimen beginnen te krijgen. De man voedert dan de jongen voort. Soms moeten de jongen op tijd verplaatst worden, aangezien de vader de jongen durft achterna jagen.
Weetjes

Kakarikies kweken zeer goed en hebben gemakkelijk 4 broedsels per jaar. Daar ze voor een ruime nakweek zorgen, hebben ze het nadeel dat ze niet zo oud worden. Het kan dus voorvallen dat uw kakarikies slechts 5-6 jaar oud worden.

Verder ruien kakarikies enorm hard, dit zelfs zo hard dat de vogel letterlijk op een frisé lijkt. Kale koppen en losse bevederingen zijn tijdens deze periode zeer voorkomend. Dit is geen ziekte, maar gewoon een aspect dat ze in gevangenschap tonen. Het is geen zicht om ze dan te aanschouwen, maar ook geen reden om ze daarvoor niet meer in uw verzameling te willen. Vaak broeden ze in hun ruiperiode.

Als er kakarikies worden aangeschaft moeten er de volgende zaken in acht genomen worden:

  • Koop nooit kakarikies die niet glad in de pluimen zitten. Of jonge vogels waarvan de staart nog te kort is en de bovenbek nog licht is. Deze zijn te herkennen aan een gelijke brede staart waarvan de staart niet uitmondt in een punterige vorm. Er wordt wel beweert dat kakarikies al bij het uitvliegen zelfstandig zijn, maar ik verkoop nooit een kakarikie die niet minstens een maand zelfstandig is. Een vogel van minstens een maand zelfstandig zijn heeft al meer weerstand kunnen opbouwen en zich beter kunnen ontwikkelen. Daartegen de jongere vogels nog vatbaar zijn voor alles.
  • Observeer de vogels goed. Neem elke uitgevangen vogel in uw hand. Voelt hij zwak aan, slapjes, voel je het borstbeen te hard, is de bevedering vuil, is er mest rond de aarsstreek, laat de vogel dan maar waar hij is. Dit is alleen maar om problemen vragen. Kijk ook naar de mest in de volieres: is die gelig, waterig of zitten er onverteerde zaden in, dan is de vogel drager van een ziekte. De mest moet donkergroen zijn, met wit erdoorheen. Zijn de volieres proper, de eetbakken en drinkbakken? Zijn de vogels geringd? Jonge vogels zijn te herkennen aan de iriskleur, oudere hebben al een gekleurde iris.
  • Kakarikies met waterogen, wat is dit nu weer? Dit is een erfelijke ziekte die bekomen is door inteelt en waarvan de vogel op langere tijd zal van sterven. De vogels kunnen voor nakweek zorgen, maar het grotendeel van de jongen zullen dit ook tonen. Deze ziekte kan wel andere parkietsoorten aantasten die hierdoor sneller sterven. Er zijn fases bekent dat de vogel op snelle tijd kan overlijden. De waterogen kun je herkennen doordat de vogel tranen in de ogen heeft. Een handige truk om deze waterogen op te speuren, is het volgende: Duw lichtjes op de kop van de kakarikieparkiet en als je tranen zie te voorschijn komen, heeft hij waterogen. Schaf zulke vogels of familie van deze vogels niet aan. Als je bij deze kweker vogels koopt, kan ik U alleen maar aanraden om de aangekochte vogels ruime tijd in quarantaine te plaatsen. Aangezien de kans groot is dat zijn andere vogels ook aangetast kunnen zijn. Pas aangetaste vogels kan men genezen met Doxy vit dat te verkrijgen is bij de dierenarts. Het is aangewezen dat u deze kuur van 8 tal dagen volgt voor heel uw collectie. Op deze wijze zal U van deze ziekte verlost geraken.
  • Kakarikies zijn gevoelig aan longinfecties. Dit is te herkennen als de vogel futloos op zijn zitstok zit of op de grond. Hij is niet zo mager als bij een vogel die aangetast is door worminfectie, maar ademt moeilijker. Hij kan vrij snel overlijden naargelang het proces geevolueerd is. Het kan zijn dat de betreffende vogel deze ziekte al een ruime tijd in zich had en dat door stress ze uitbreekt. Daarom is het zo van groot belang dat je zeker geen kakarikies met waterogen koopt.
  • Waar U ook moet opletten bij aanschaf van kakarikies of andere soorten, is dat U vogels kiest uit een koppel die meerdere jongen per broedsel had. Net zoals bij zebravinken geloof ik erin dat vogels uit goede presterende paren, sneller en beter zullen wonen dan vogels die niet al te goed grootgebracht werden.

Mutaties

Ook bij de kakarikie zijn er een aantal mutaties bekend:

  • Cinnamon: Dit is een geslachtsgebonden mutatie. De kleur is meer strogras groenig en ze hebben lichtere poten
  • Fallow: hier heb je een donkere soort in en een lichtere die beide met rode ogen geboren worden. De lichtere gaat meer naar de gele kant toe en de donkere naar de cinnamon mutant.
  • Bont: Deze welgekende mutant is een kakarikie met her en der gele bonte pluimen, dat zelfs kan leiden tot volledig gele vogels, zoals de goudgele kakarikie.
  • Blauw: Dit is een blauwe kakarikie die net zo blauw is als het blauwviolet van de vliegpennen. Hij zou naar het schijnt reeds vertegenwoordigd zijn bij Europese kwekers.
  • Lutino: De gele kakarikie met rode ogen. Dit is een recessieve vererving.
  • Goudgeel: De bonte kakarikie die door selectie tot geel gebracht is
  • Lacewing: Min of meer met de fallow te vergelijken enkel dat de rug donker blijft.

Zuiverheid

Ook bij de beschrijving van deze soort kan ik het niet nalaten om te zeggen dat er zeer veel aandacht moet geschonken worden aan de zuiverheid van de soorten. Er zijn nu reeds tal van kruisingen van roodkop en geelkop kakarikies (en omgekeerd) verhandeld geworden. Gewoon omdat men grote geelkoppen wil en de kleurmutaties van de geelkop in de roodkop wil en omgekeerd. Deze mutanten zijn toch zo gemakkelijk te herkennen en toch kopen de mensen ze. Een geelkop is duidelijk kleiner dan een roodkop. Geelkoppen zo groot als roodkoppen zijn allemaal jongen die voortvloeien uit kruisingen. Verder kan de eerste generatie herkent worden aan de rode pluimpjes die door de gele kruin opduiken. Het kan voorvallen dat een kweker een geelkopkakarikie koopt waarvan achteraf blijkt dat ze na de ruiperiode plots een rode kruin krijgt. Dit is duidelijk een geval van kruisingen met roodkop in een van zijn voorouders. Dus vroeg of laat zullen de ouder vogels of jongen in de nest de echte identiteit bekend maken. Tracht steeds zuivere vogels in handen te krijgen! En respecteer nu eenmaal dat een geelkop kleiner en smaller is dan een roodkop.

Slot

Verder wil ik U absoluut geen angst aanjagen met de hierboven vermelde ziektes bij kakarikies. Een kakarikie is een hele sterke, aangename, speelse, maar toch slordige vogel die iedereen zeer graag in zijn collectie heeft. Dus zeker een aanrader voor de beginnende als gevorderde kweker.

:, , ,

4 Comments for this entry

  • Wim Debergh

    Geachte meneer, mevrouw

    Ik heb sinds november 1 koppel kakariki’s zitten in m’n vogeliére.Deze week heb ik horen zeggen dat je een kakariki niet kan laten stoppen van broeden in de winter. En dat een kakariki maar 7 nesten kan grootbrengen, dat ze dan stoppen met broeden.
    Kloppen deze zaken of is dat gewoon amateur praat geweest? Ik weet het niet daarmee dat ik het aan U vraag .
    mvg wim

  • Roel

    Geachte heer, mevrouw,

    Ik wil graag een koppel kakariki’s kopen, maar weet niet of zij bij mijn andere vogels kunnen. Ik heb 3 gezelschapsvolieres; 1 voliere met gouldamadines en 1 koppel turquoisine parkieten, 1 voliere met zebravinken en diamantduiven en 1 koppel bourke parkieten, en 1 voliere met 3 koppels gouldamadines en 2 koppels zebravinken. Verder zitten in elke voliere 1 koppel chinese dwergkwartels. Kunnen de kakariki’s hierbij, of gaat dit mis. Laten ze bv. kwartels met rust als deze broeden, en hoe zit het met klimop, ik heb klimop in een voliere groeien, vreten ze die helemaal op?
    Ik weet even niet wat ik moet doen…

    Met vriendelijke groet,

    Roel

  • verstijlen

    Hallo wij hebben een roodkop kakarikie en deze is geboren in1996 en hij zit bij ons binnen sinds 1997 maar wij vermoeden dat hij toch ouderdoms verschijnselen vertoont .
    Hij heeft zich zo ver hij erbij kan kaal geplukt gaat niet meer helemaal in bad alleen de staart veren een beetje in het water dompelen en hij is wat meer agressiefer ,en ook gebeurt het wel eens dat hij gewoon van z,n stokje valt en versuft blijft zitten beneden op de bodem en daarna weer naar boven klauterd terug op z,n stokje .
    Wij houden de ontlasting in de gaten maar zien er niets vreemd aan nou en wij zouden graag willen weten hoe oud deze kakarikie zo ongeveer kan worden ?
    Nou alvast bedankt voor de aandacht aan deze mail en we wachten graag op uw antwoord . mvg Fam Verstijlen .

  • Marc De Keyzer

    Hallo, ik zou graag ALLEEN poppen van kakariki’s houden.

    De voorziene ruimte die ik heb is 3m x 1m x 1m

    Is dat OK, 4 poppen…?
    Is de ruimte voldoende…?

    Dank bij voorbaat voor een reactie!

    Groeten, Marc

Leave a Reply

Naar iets op zoek?

Gebruik het zoekveld hieronder om de website te doorzoeken:

Toch niet gevonden wat je zocht? Plaats een reactie op een artikel hierboven, dan doen wij het nodige.

 

birdhouse.be archief

Alles wat hier ooit verschenen is, gesorteerd per maand