Birdhouse
Het geslacht Polytelis of de prachtparkieten

Het geslacht Polytelis of de prachtparkieten

door op Jun.11, 2008

Het geslacht Polytelis omvat drie soorten parkieten die bij onze liefhebbers zeer goed gekend zijn. Het betreft de berg-, de prinses van Wales- en de barrabandparkiet. Deze drie vreedzame soorten worden ook wel als “de prachtparkieten” betiteld en dat zijn ze gewoon!

Algemeen

Vreedzaam:de Poytelissoorten kunnen gehouden worden met kleine tropische vogels, met kanaries, met de verschillende Neophemasoorten, met valkparkieten, kakariki’s en andere vreedzame parkieten. Precies door hun tolerante aard worden deze soorten vaak geplaatst naast agressievere vogels zoals rosella’s en de Psephotussen. Zo worden draadgevechten vermeden tussen deze vechtlustige parkieten.
Huisvesting: de drie soorten kenmerken zich door het bezit van een zeer lange staart waarbij de staartpennen aan de uiteinden versmallen en dan zeer spits toelopen. Bij alle drie is de snavel rood gekleurd en de overheersende kleur van de bevedering is groen. Alle drie de soorten zijn veertig cm groot. Het zijn zeer snelle vliegers en daarom dringt zich voor de drie soorten een ruime volière op. Mijn Polytelissen zijn gehuisvest in een vluchten van vijf meter lang, één meter breed en twee meter hoog. Ik vind dat de minimumlengte niet kleiner mag zijn dan drieëneenhalve meter. Weet dat deze vogels in kleinere vluchten zeer snel gaan vervetten waardoor de kweekresultaten ook minder zullen zijn. Ook is een te kleine huisvesting vaak de oorzaak van ziekten en aandoeningen.

Ontwormen: als bodemoppervlak heb ik zand; deze parkieten bewegen zich graag over de grond; vandaar. Dit brengt met zich mee dat ze vaak ontwormd moeten worden. Een goed ontwormingsmiddel hiervoor is Panacur. Dit is te verkrijgen bij de dierenarts of in de apotheek. Vijf druppels in de bek volstaat. Wordt dit na een week herhaalt dan zullen de wormen verdwenen zijn.

Voeding: als voeding geef ik mijn Polytelissen, net zoals mijn andere parkieten overigens, een eigenhandig samengestelde zaadmengeling met veel witzaad, alle milletsoorten, hennep, nigerzaad, gepelde haver, rijst, boekweit, cardi en een beetje zonnebloempitten. Tijdens de kweek en in de koudere maanden verstrek ik meer zonnebloempitten om extra vetstoffen mee te geven. Twee weken voor de paartijd geef ik wat extra kempzaad bij om de vogels in broedstemming te brengen. Driemaal per week krijgen ze kiemzaad. Tijdens de kweekperiode krijgen ze elke dag een eivoedermengeling van drie verschillende eivoeders, gemalen wit brood, kouskous, biergist, de nodige vitaminen en mineralen natgemaakt met een geraspte wortel of appel. Buiten het kweekseizoen krijgen ze dit driemaal in de week. Verder ontvangen ze een gevarieerd fruitaanbod: appel, sinaasappel, komkommer, wortel, paprika, banaan, kiwi, noten, rode biet, rozenbottel, druiven, paardebloem… het gaat er allemaal in.

Kalk: sepia, jodiumsteen en een mengeling van drie soorten grit (oestergrit, scherpe maagkiezel en de klassieke grit) ontbreken nooit. Wekelijks krijgen ze trosgierst en elke maand verse fruitboomtakken en/of wilgentakken. Vanaf oktober verstrek ik tarwekiemolie onder de zaadmengeling en eivoeder; het voorkomt legnood.

Gedrag: de Polytelissen zullen slechts zelden baden. Liever wachten ze tot ze besproeid worden. Dan zitten ze daar met hun vleugels uitgespreid te genieten. Het zijn geen knagers; een houten volière kan gerust. Wel appreciëren ze graag takken van jonge fruitboompjes en/of wilgentakjes. De kweek in kolonieverband kan ook maar dan moet er wel over een zeer grote volière kunnen beschikt worden. Ook kan de kweker gerust meerdere koppels bij elkaar plaatsen waardoor de vogels aan vrije partnerkeuze kunnen doen.

Ring: de voorgeschreven ringmaat is voor de drie soorten P = 6,17 mm.

1. Bergparkiet

Frans: Perruche mélanure, ook Perruche Rock Pebbler
Engels: Regent Parrot
Duits: Bergsittich
Wetenschappelijk: Polytelis anthopeplus

Beschrijving: de volwassen bergparkiet kan gemakkelijk geslachtelijk onderscheiden worden. De man is geel tot groenachtig van kleur, meer olijfkleurig op de nek en vanachter in de nek. De rug is olijfgroen, de schouders geel. Er is een rode dwarsband tussen het groen van de grote binnenste dekveren. De grote en de kleine slagpennen zijn donkerblauw, dit is ook zo op de buitenrand van de vleugels. De lange staart is blauwzwart. De bek is koraalrood, de iris oranjebruin en de poten zijn grijs.

De pop is zoals de man maar de kop en de borst zijn olijfgeel. De onderstaartdekveren zijn olijfgroen. De staart is donkergrijsblauw. De buitenste staartpennen hebben aan de onderkant een roze rand. De bek is bleker dan die van de man.

De jongen lijken op het popje. De jonge man is wel intensiever van kleur dan de jonge pop.

Het gewicht is ± 170 gram.

Mutaties: de bergparkiet treft men de jongste jaren meer aan bij kwekers. Dit is ondermeer te wijten aan de nieuwe mutatie pastel die zeer begeerd is. Over de vererving zijn al menige discussies gevoerd. Sommigen zeggen dat het een 100% dominante vererving is. Hier heeft de liefhebber aan één mutant genoeg om de kleurslag vast te leggen. Anderen beweren dat het om een geslachtsgebonden mutatie gaat. Hier kunnen we met één split man reeds de mutatie vastleggen. Nog anderen zeggen dan weer dat het om een recessieve vererving gaat. Hier kunnen én de man én de pop split zijn.

Verder is er een bergparkiet met een gele rug en een bonte mutatie die dominant zou vererven. In Australië is er een rode bergparkiet vastgesteld en hier in de Benelux is er sprake van een roodbonte. Waarschijnlijk zullen er nog tal van mutaties ontstaan in de loop van de jaren.

Kweek: als nestkast geef ik een vierkant type van 30 x 30 x 40 cm met een invlieggat van 9 cm doorsnede. Een natuurblok kan uiteraard ook. Een keuze uit de twee eveneens. Als bodemvulling voor de nestkast doe ik turf gemengd met houtkrol. Zorg steeds dat bij de aanvang van de kweek de vogels over nette, ontsmette nesten kunnen beschikken. Dit vergroot de kans op overleven van de jongen aanzienlijk. Er zijn tal van gevaarlijke schimmels, bacteriën, virussen en luizen die zeer schadelijk zijn. Ik persoonlijk gebruik Virkon, een product dat ik via de dierenarts bekomen heb. Een eigenschap hiervan is dat bacteriën, schimmels en virussen vernietigd worden iets wat van bleekwater en dettol niet altijd kan gezegd worden. Bovendien mag het gebruikt worden in het bij zijn van de vogels.

De bergparkiet woont rond april. De pop legt vier tot zeven eieren die ze gedurende achttien à éénentwintig dagen alleen bebroedt. Na tweeënveertig dagen vliegen de juvenielen uit en na nog eens vier weken zijn ze zelfstandig. De liefhebber kan de jongen bergen gerust bij de ouders laten; dit is onschadelijk. Een tweede legsel kan maar is eerder zeldzaam

Pleegouder: de bergparkiet is de ideale pleegouder voor de koningsparkiet, de roodvleugel en voor de andere Polytelissoorten.

Specifiek: een probleem eigen aan deze soort zijn ontstoken ogen. Terramycine oogzalf biedt hier de oplossing maar indien dit niet helpt zal een bezoek aan de dierenarts zich opdringen. Hij zal de desbetreffende vogel naast een injectie ook medicamenten geven om in het drinkwater te doen. Een veel gebruikt geneesmiddel is Doxyvit, dit is een geelachtige poeder. De oorzaak van deze oogaandoening ligt vaak in een verandering van omgeving, stress en een onevenwichtige voeding. Zorg steeds voor nette drink -en voederschalen. Geef dagelijks vers water en geef elke dag net genoeg eten zodat ze dit juist opkrijgen. Op deze manier krijgt de vogel alle nodige stoffen binnen om zich tegen ziekten te beschermen. Als men gewoon de eetschaaltjes bijvult, dan zal de vogel alleen eten wat hij graag lust.

2. Prinses van Wales

Frans: Perruche Princesse de Galles
Engels: Princess of Wales Parrot ook Alexandra Parrot
Duits: Princess of Wales Sittich
Wetenschappelijk: Polytelis alexandrae

Beschrijving: bij de man is het voorhoofd, de kruin en de nek blauwig groen. De zijkanten van de kop zijn grijsblauw. De keel, de kin, de onderrand van de wangen en de voorkant van de hals zijn roze. De borst en de buik bezitten een blauwgroene kleur. De rug heeft een olijfgroene tint. De grote slagpennen zijn groen met een gele rand. De dekveren op de vleugels hebben een blauwgrijze kleur. De schouder en de kleine vleugeldekveren zijn lichtgroen van kleur. De onderstaartdekveren zijn olijfgeel. De middelste staartpennen bezitten een olijfgroene kleur op het einde met een blauwe tint. De buitenste staartpennen zijn blauwgrijs met een roze kleur. De bek is koraalrood, de iris oranje en de poten donkergrijs.

De pop heeft een grijsmauve kleur op de kop en is hier dus minder blauwachtig dan de man. Haar vleugeldekveren zijn bleker en ook meer groenachtig. De stuit is bij de pop blauwgrijs; haar middelste staartpennen, zijn ook korter.

Jonge prinsessen zijn als de pop maar de mannen en de poppen kunnen geselecteerd worden op basis van het blauw op de stuit en de bovenkop.

Het gewicht is ± 92 gram.

Mutaties: tot voor enkele jaren was deze parkiet zeer populair. Dit had de vogel voornamelijk te danken aan de mutaties die zich destijds voordeden. De eieren werden gewoon onder andere parkieten gelegd en de jonge mutanten werden voor toch wel aanzienlijke sommen verkocht. Thans zijn de mutanten, zeg maar sterk, in prijs gedevalueerd en bij zekere kwekers verdwijnt dan ook de interesse voor de soort.

Een andere reden waarom de prinses aan interesse heeft ingeboet moet gezocht worden in het feit dat deze parkiet dagelijks zijn “middagdutje” doet. Dat loopt wel eens uit waardoor het vermoeden wordt gewekt dat het om een zieke vogel gaat.

De mutaties die momenteel goed gekend zijn, zijn: de blauwe die een recessieve vererving heeft; de lutino en de albino. In Australië zou er zelfs een rood exemplaar zijn gesignaleerd. Ook zou er een pastel bestaan. De roodbonte is dan weer geen mutatie maar een modificatie. Hier bestaan enkele vogels van maar het gebeurt dat het rood na de rui, of na enkele jaren, gewoon verdwijnt. Ook heb ik al albino’s gezien maar deze vogels zijn echt niet groter dan een roodrug wat toch alarmerend kan genoemd worden. Het model en type mag nooit uit het oog verloren worden!

Kweek: bij heel wat kwekers heeft de prinses voor teleurstellingen gezorgd. Er werden wel, en veel, eieren gelegd mar deze werden ofwel niet bebroed ofwel gebroken, jongen werden niet gevoederd, er trad Franse rui op enz. Tegenwoordig komen deze problemen niet zo vaak meer voor maar naar mijns inziens is de prinses een parkiet waar de liefhebber geduld moet mee hebben. Een koppel dat het ene jaar jongen gehad heeft, kan het jaar daarop niet kweken. Dit kan te wijten zijn aan verandering van volière, andere buren, nieuwe voeding of nog een andere situatie.

Als nestkast geef ik een vierkant type van 60 x 20 x 20 cm dat schuin hangt met een invlieggat van 7 cm doorsnede. Een natuurblok mag gerust ook als het maar schuin hangt. Dit schuin hangen heeft te maken met het feit dat de pop zich op de eieren durft te laten vallen. Wat verder de nestkast betreft verwijs ik graag naar wat ik eerder schreef bij de bergparkiet.

De prinses woont vanaf half maart. De pop legt vier tot zeven eieren die ze gedurende achttien à twintig dagen alleen bebroedt. Na vijfendertig à veertig dagen vliegen de jongen uit. Hierna zijn ze na ongeveer vier weken zelfstandig,. Ook de jonge prinses mag net als de jonge berg bij de ouders blijven. Schadelijk is dit niet. De jonge vogel krijgt zijn volwassenkleed na circa één jaar.

Pleegouder: de prinses geldt niet als een goede pleegouder en dit dus in tegenstelling tot de berg- en de straks te behandelen barrabandparkiet.

Specifiek: de prinses is een heel kalme en tamme vogel maar daarom geen stille. De man kan tamelijk hard roepen. Als er verscheidene koppels zijn stimuleren de mannen elkaar om om ter hardst te roepen. Dit kan soms problemen geven voor de buren. De roep is beslist niet zo luid als die van Aziatische of Zuid-Amerikaanse parkieten. Het is zeker geen gekrijs, maar u kan nu eenmaal de pech hebben dat uw buren ook het gekraai van de haan en het geblaf van de hond op het platteland niet kunnen verdragen. Daarom is een verwittigd man er twee waard.

3. Barraband

Frans: Perruche de Barraband
Engels: Superb Parrot ook Barraband’s Parrot
Duits: Schildsittich ook Barrabandsittich
Wetenschappelijk: Polytelis swainsonii

Beschrijving: de volwassen barraband kan gemakkelijk geslachtelijk onderscheiden worden. De man is stralend groen. Het voorhoofd, de wangen, de bovenzijde van de kop en de keel zijn geel. In de hals bevindt er zich een breed rood schild (band). De buitenrand van de grote dekveren en van de grote slagpennen zijn blauwachtig. De staart is groen van boven, glanzend zwart van onder met witachtige uiteinden. De snavel is oranjerood. De iris is geeloranje en de poten grijsbruin.

De pop is een meer groene vogel. Ze heeft een minder stralende kleur als de man. De wangen, de keel en de hals zijn grijsgroen. Haar dijen zijn rood. De rand van de buitenste staartpennen is zowel bovenaan als onderaan roze. De iris is geel.

De jongen lijken op de pop maar de ogen zijn lichtbruin. De jonge man heeft een hellere groene kop. Als u ze tegen het licht houdt komt dit goed uit. Soms ziet u ook een gele schijn in de kop. Bij de jonge pop is dit grijsgroen. Verder kan het geslacht van de jongen onderscheiden worden aan de hand van de kop. Een ronde kop wijst op een man en een platte kop op een pop. Het is aangeraden om bij het samenstellen van een koppel steeds te kiezen uit volledige nesten; van vier mannen kan men geen poppen maken. Een ervaren kweker zal vrij snel een koppel uit een volledig nest kunnen halen. Na zes maanden kan er een eerste honderd procent zekere geslachtsbepaling gehouden worden door het verschil van de iriskleur. Na circa één jaar komt bij de jonge man de gele pluimen te voorschijn. Na twee jaar zijn de jongen in het bezit van hun volwassenkleed.

Het gewicht is voor de man ligt tussen de 133 en de 157 gram. Voor de pop is dit 150 gram.

baraband donkergroenMutaties: Lutino, donkergroen, opaline zijn momenteel gekend. Wellicht ligt een gebrek aan mutaties aan de oorzaak waarom de barraband niet echt populair meer is. In een Australisch museum in Sydney is er een balg van een lutino barraband. Verder zou er sprake zijn van een pastelmutant in het wild. En de opaline baraband die gewoonweg subliem is.

Kweek: de barraband woont rond half april, mei. De pop legt vier tot zeven, eieren die ze gedurende twintig dagen alleen bebroedt. De jongen worden geringd met een gesloten ring van zes en halve cm doorsnede. Na dertig à vijfendertig dagen vliegen de jongen uit. Nog eens vier weken later zijn ze dan zelfstandig. Ook zij kunnen gerust lang bij de ouders blijven zitten zonder schadelijke gevolgen. Een tweede legsel is mogelijk maar eerder uitzonderlijk.

Tijdens de balts tracht de man naast de pop te zitten. Hij zet zijn kopveren op, legt de rest van zijn pluimen tegen zijn lichaam, spreidt gedeeltelijk zijn vleugels uit en trekt zijn pupillen samen. Vervolgens loopt hij op en neer onder het uitstoten van gekwetter. De pop hurkt neer op de zitstok, zet de kopveren op, spreidt ook gedeeltelijk haar vleugels uit en slaakt zachtjes een bedelroep waarop de man haar voedert en de paring volgt.

De barraband kan zonder probleem tot zijn 25ste jaar kweken. Mijn vader heeft een paar gehad dat zolang nog jongen had. Het aantal jongen minderde wel na het twintigste jaar, maar de laatste maal dat hij bevruchte eieren gaf bij zijn even oude pop was in zijn 25ste jaar. Deze vogel is tenslotte 27 jaar geworden.

Meerdere paren barrabanden stimuleren elkaar beslist tot kweken!

Pleegouder: de barraband is een ideale pleegouder voor de koningen, de roodvleugel en andere Polytelissen. Mijn barrabanden hebben zonder probleem hun vier jongen gezamenlijk met twee koningen grootgebracht.

Specifiek: ook de barraband kan vaak lange middagdutjes maken; het is eigen aan de vogel. De liefhebber moet wel alert blijven dat hij niet ziek aan het worden is. Dit is te herkennen aan een verzwakte vlucht of het slapen op beide poten: een gezonde vogel slaapt op één poot. Een ziekte eigen aan de barraband maar ook aan de bergparkiet is een plotse pootverlamming. Dit is meestal te wijten aan stress maar ook aan een onevenwichtige voeding. Zelf heb ik een dergelijk voorval gehad met een pop van een bergparkiet van ± vier jaar oud.. Ze kreeg plots een pootverlamming voor de aanvang van de paartijd. Ik ben onmiddellijk met de desbetreffende vogel naar de dierenarts geweest waar de nodige injecties en medicamenten gegeven werden. De vogel was niet meer in orde te krijgen; ondanks mijn snelle ingreep bleken haar poten ongeneesbaar blijvend verlamd. Deze ziekte komt voor, maar niet frequent. Het is echter geen reden om deze parkieten niet aan te schaffen.

Slot

De drie hier vermelde Polytelissen zijn zondermeer zeer mooie vogels. Het zijn ideale soorten voor zij die houden van rustige vogels in de gemeenschapsvolière.

:, , , ,

6 Comments for this entry

  • Koman

    Bedankt voor de informatie op jullie site!!!

    Ik heb nog wel even een 2 vragen:

    1. Ik heb sinds een jaar een koppel bergparkieten die nu 3 jaar oud zijn.De man begint af en toe wel te baltsen en de pop te voeren maar ze hebben totaal geen aandacht voor de nestblokken.
    Buiten hebben ze een natuur- en een zelfgemaakt blok
    Binnen ook een zelfgemaakt blok.
    Ik voer ze zo’n beetje als hierboven beschreven, moet ik gewoon nog geduld hebben og hebben jullie nog tips?

    2.Naast de bergparkieten zit een koppel princessen van 3 jaar oud, de pop is zeer aktief en gaat continu het nest in en uit.
    Probeert ook de hele dag de man uit te dagen en bied zich aan om te treden.
    Alleen de man kijkt er nog niet echt naar om en geeft de pop geen aandacht
    Kan ik hier iest aan veranderen of is de man gewoon nog niet broedrijp?

    ik hoor graag van jullie , mvrgr HKoman

  • birdhouse

    Hoi,

    Bergparkieten zijn niet de makkelijkste kwekers zoals vaak wordt beweerd. Vaak durrt het langer dan 3 jaar (5 jaar) alvorens ze kweken. Vaak wordt het ook niks en klikt het paar niet. Daarom raad ik aan om eens een 2 de man bij het paar te plaatsen, verse wilgentakken, dagelijks eivoeder en gekiemde zaden te geven. Wat geef je van voeding exact?
    De princessen: ja dat komt me zeer bekend voor. Poppen kunnen dagen zitten bedelen en het lijkt dat de man geen interesse heeft in haar, maar dat is te begrijpen als je constant met een vrouw zit die zit te zeuren van ‘s morgens tot ‘s avonds dan dank ik dat je ze ook liever links laat liggen. Normaal komt di tok en zal ze wel kortlings gaan leggen.

  • rudi

    Hallo
    ik zou graag een vraagje stellen?Ik heb een mooie voliere van 6m lengte met één koppel bloedvleugels erin;kan ik daar nog één koppel barabanden bijhouden?
    verder komt er niks meer in.bedankt en groeten
    RUDI

  • rudi

    welke soorten kan ik samen steken in gezelschaps voliere met baraband parkiet?

  • luud

    Hoi,
    Ik heb een ruime voliere van ongeveer 8x3x2.
    Ik heb 1 koppel bergen en nog 1 koppel swiften kakariki’s valken en stanley rosella’s.
    Kan ik hier een koppel barrabanden bij houden of gaan die kruisen met de bergen?

  • birdhouse

    Hoi,

    Deze volière is veel te klein voor hetgeen er al in zit. Kakarikies zijn zeer nieuwsgierig en gaan zowieso elke broedblok bezoeken. Met de nodige problemen nadien erbij. Bergen en barabanden zou ik niet samen zetten. Is dezelfde familie en kan kruisingen teweegbrengen + ze zullen elkaar storen tijden de paarperiode. Ik raad aan om in deze volière zeker niks extra toe te voegen.

Leave a Reply

Naar iets op zoek?

Gebruik het zoekveld hieronder om de website te doorzoeken:

Toch niet gevonden wat je zocht? Plaats een reactie op een artikel hierboven, dan doen wij het nodige.

 

birdhouse.be archief

Alles wat hier ooit verschenen is, gesorteerd per maand